Genaturaliseerde collecties

Het museum van Doornik opende in september 1829 zijn deuren voor het publiek. Een jaar eerder, in 1828, werd het tijdens de Nederlandse periode opgericht door liefhebbers van de wetenschap die overtuigd waren van de waarde van de zoölogische collecties. Daarmee is het het oudste publieke museum in het land. De oprichters, met name Barthélémy Dumortier, zorgden er met hun bekendheid voor dat de specimens in grote hoeveelheden binnenstroomden, en legden zo de basis van de huidige collecties van het museum. Hoewel veel items de tand des tijds en de oorlogen niet hebben overleefd, bevat de geautomatiseerde inventaris nog steeds meer dan 20.000 specimens. Het museum verhuisde in 1839 naar zijn huidige locatie, op de binnenplaats van het Hôtel de Ville, in een galerij en vierkante zaal van de hand van Bruno Renard. De sobere, elegante en typisch 19e-eeuwse neoklassieke architectuur van het interieur bleef zorgvuldig bewaard en dompelt bezoekers onder in de sfeer van natuurhistorische kabinetten uit die tijd. De eens zo populaire opstelling van specimens is nu vervangen door een modern, educatief display. De hoofdgalerie biedt een retrospectief van de dierenwereld, met rijke collecties uit alle hoeken van de wereld en grote aandacht voor gewervelde dieren, met name vogels en zoogdieren. De vierkante zaal toont diorama's met vier typische omgevingen uit de streek van Doornik: de moerassen van de Schelde, de kalksteengroeves, het Henegouwse platteland en het bos van Bonsecours. Andere biotopen betreffen België en schetsen de contouren van Europa. Diorama's van Antarctica, de Saharawoestijn, de Afrikaanse savanne en het Aziatische regenwoud geven een compleet beeld van de bedreigde natuurlijke omgevingen op onze aarde.