In 1982, toen er een rage van nieuwe huisdierensoorten ontstond, opende de conservator van het museum een klein vivarium met enkele levende reptielen. De complementariteit tussen genaturaliseerde en levende dieren valt zeer goed in de smaak. Begin jaren 2000 werd het vivarium dankzij Europese financiering uitgebreid en werd het een echte attractie voor het museum. Het resultaat was een klein zoölogisch park dat lid werd van de European Association of Zoos and Aquariums (E.A.Z.A.). De soorten worden daarbij zorgvuldig uitgekozen, soms als onderdeel van een gezamenlijke inspanning om bedreigde soorten te redden, soms als levende illustraties van biologische thema's. De educatieve afdeling heeft als taak om deze thema's uit te leggen aan de vele scholen die het museum bezoeken. Zo vind je er bedreigde Jamaicaanse boa's, waarvan het museum trouwens instaat voor de coördinatie van het Europese reddingsprogramma, maar ook de mysterieuze periophthalmus, een kleine vis die enkele minuten buiten het water kan overleven. In totaal leven er in het vivarium zo'n zestig soorten reptielen, vissen, amfibieën en ongewervelden. Sinds 2019 kan het publiek ook meer lokale fauna ontdekken in de aangelegde tuin, waar zich ook een kas voor exotische vlinders bevindt.